Bisdom van Vliet

Het geslacht Bisdom van Vliet was een welvarende regentenfamilie waarvan verschillende leden invloedrijke functies vervulden zowel in de lokale politiek als in de V.O.C. De familie had bezittingen in Noord- en Zuid-Holland, waaronder polders en heerlijkheden met de bijbehorende rechten (visrecht, molenrecht, tiendrecht). Naast handelaren telde het geslacht ook notabelen. Adriaan Bisdom (1664-1728), die zich als eerste in Haastrecht vestigde, was bijvoorbeeld notaris.
Verschillende leden van de familie hadden bestuursfuncties in Haastrecht en de directe omgeving. Een van de zonen van Adriaan, Theodorus, was dijkgraaf van de Krimpenerwaard en burgemeester van Haastrecht. Verschillende telgen van het geslacht zouden zijn voorbeeld volgen.
Vanwege hun bezit, de openbare functies en de rechten was de familie Bisdom van Vliet zeer invloedrijk. Zij speelde niet alleen een grote rol in het openbaar en kerkelijk bestuur, maar bepaalde ook het leven van talloze gezinnen in Haastrecht en omgeving doordat de kostwinners als pachter of werknemer van haar afhankelijk waren.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het ‘familiebedrijf’ in de praktijk gerund door Paulina en haar moeder, Maria Elisabeth Knogh. Zij hielden de administratie bij, niet alleen van de huishoudelijke uitgaven, maar ook van de opbrengsten en uitgaven van alle bezittingen, terwijl vader Marcellus en echtgenoot Johan hun bestuursfuncties vervulden en zaken deden in Rotterdam en Den Haag. Na het overlijden van haar moeder in 1871 deed Paulina dit werk alleen. Toen haar echtgenoot overleed, in 1881, vervielen haar sociale verplichtingen en bestuurlijke contacten als burgemeestersvrouw.
Als weduwe bouwde zij een nieuw netwerk en een eigen sociale status op door zich in te zetten voor het maatschappelijk leven van Haastrecht. Zij nam het initiatief voor de bouw van een nieuwe kerk voor de progressief denkende Nederlandse Protestantenbond en ondersteunde de bond financieel. Zij ondersteunde ook de ontwikkeling van de cultuur- en sportbeoefening in de gemeente met initiatieven en flinke financiƫle bijdragen. Zo liet zij het verenigingsgebouw Concordia neerzetten in 1900.