De Overtuin Bisdom van Vliet kende en kent nog steeds een aantal bijzondere bouwsels en elementen. Door de gemeente Krimpenerwaard is aan bureau Monique Wolak opdracht gegeven om de historische waarden van de Overtuin te onderzoeken. Dit rapport geeft inzicht in het ontstaan van de tuin en alle aanvullingen die in de loop van vele jaren zijn aangebracht. Het rapport van 150 pagina’s met veel foto’s en tekeningen is op aanvraag digitaal beschikbaar. info@overtuinbisdomvanvliet.nl

Smeedijzeren hek
Het hek langs de Hoogstraat/Provincialeweg West stond oorspronkelijk dichter bij het huis. Met de aanleg van de provinciale weg in 1939 is dit verplaatst. In oorsprong 18de eeuws en in 1880 uitgebreid.



Tuinsieraden

Vijf tuinsieraden uit de tweede helft van de 19de eeuw staan in voorste gedeelte van de tuin.



Beelden

In het voorste gedeelte van de tuin staan twee beelden van Hercules en Neptunus. Beide van Ingnatius van Logteren (1685-1732). Op de sokkel staat het jaartal 1720.

Grot
Kunstmatige grot uit de tweede helft van de 19e eeuw vormgegeven in een aan het Neo-Manierisme verwante stijl, gelegen op een kunstmatige heuvel in het achterste deel van de Overtuin. Opgebouwd uit lavasteen en misbaksels op een framewerk van smeedijzer. De grot was bereikbaar via twee trappen en ligt verscholen in het wandelbos.

Grafmonument
In 1881 opgericht ter nagedachtenis aan de laatste bewoners van het huis, de heer en mevrouw Lefèvre de Montigny-Bisdom van Vliet.  Het monument bestaat uit een hardstenen grafzerk voorzien van florale motieven in haut-reliëf. De zerk wordt afgedekt door een donkere hardstenen plaat met in haut-reliëf de namen van de begravenen.

Hondengraf
Opgericht in 1906 ter nagedachtenis aan de hond Nora geboren in 1893. Hardstenen grafsteen met in haut reliëf een hondekop geflankeerd door de naam (Nora) en geboorte- en sterfjaar.

Theehuis
Helaas is het Theehuis niet meer aanwezig.

Cementrustiek in de Overtuin Bisdom van Vliet

Op buitenplaatsen en in ander historisch groen is het belangrijk dat je als hovenier extra voorzichtig en terughoudend handelt, en dat je beseft dat je op een bijzondere plek aan het werk bent met bijzondere cultuurhistorisch waardevolle elementen. 

Onder een groep bewoners van Haastrecht ontstond het besef dat hun ‘Haastrechtse Bos’ eigenlijk een bijzondere buitenplaats is. Door regulier gemeentelijk onderhoud had het de uitstraling gekregen van relatief verwaarloosd openbaar groen, maar daarin is verandering gekomen. Nu wordt de Overtuin van Bisdom van Vliet onderhouden door vrijwilligers, die ik als erfgoedhovenier mag aansturen. Een vaste tuinbaas, iemand die de plek door en door kent en naar de specifieke situatie handelt, is voor elke buitenplaats of landgoed het allerbeste. Op plekken die daar te klein voor zijn en waar dit financieel niet uit kan is het inhuren van een erfgoedhovenier een heel goede oplossing om kennis en kwaliteit in uitvoering te borgen. Deze situatie is daar een goed voorbeeld van. Op Buitenplaats Bisdom van Vliet ben ik verantwoordelijk voor het onderhoud en tevens voor de aansturing en uitvoering van het inmiddels lopende restauratieproject. De afgelopen twee jaar heb ik volop met erfgoedadviseur en ontwerper Monique Wolak meegedacht over het verleden en de toekomst van de overtuin. Het bleek wel dat een goede samenwerking tussen erfgoedhovenier en onderzoeker/ontwerper essentieel is voor de juiste vertaling van historische gegevens naar een praktisch, goed uitvoerbaar restauratieplan. Hierdoor is de ontwerper bij de planontwikkeling beter op de hoogte van de omstandigheden die specifiek zijn voor het terrein en die soms gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Samenwerking betekent ook dat ontwerper en beheerder het in een vroeg stadium eens kunnen worden over praktische zaken, wat heel zinvol is bij de renovatie en het beheer van groen erfgoed. Zo deden we samen in het veld een aantal nuttige ontdekkingen.

Gardeneske elementen en cementrustiekDe buitenplaats kreeg zijn vorm door de laatste bewoners Marcellus en Paulina Bisdom van Vliet. Zij lieten het park aanleggen in de late landschapsstijl. Als een van de weinige parken in ons land bevat het nog verschillende bijzondere gardeneske elementen en objecten. Verloren gegane elementen zoals beplanting en bruggen worden teruggebracht

Typisch gardenesk zijn de cementrustieke vaas in de achtertuin, maar ook de kleinere tuinvazen in de overtuin, de lavastenen bloembak en de voet van het boomstamprieel. Het meest bijzondere object is de grot met prieel in cementrustiek, waarvan de restanten aanwezig zijn. Hoe je daar als erfgoedhovenier mee om moet gaan vraagt om een speciale benadering. Belangrijk is dat je beseft dat het zeer waardevolle elementen betreft die je met uiterste zorg moet benaderen. Dat moet je allereerst de mensen die het park gebruiken duidelijk maken, je moet ervoor zorgen dat iedereen beseft waar het om gaat. Door onvoorzichtigheid of vandalisme ligt schade op de loer, zeker in een openbaar park als de overtuin. Meestal heeft men er niet veel aandacht voor: ‘Is dat nu zo bijzonder, dat rare grauwe ding?’, is vaak de eerste reactie. Pas als je er over gaat vertellen en uitlegt wat het is gaan de mensen begrijpen dat het waarde heeft. Medewerkers, vrijwilligers en bezoekers moeten beseffen hoe bijzonder het is en leren hoe ze er mee om moeten gaan. 

Verval en conservering


De voormalige grot met het prieel spreekt nog steeds tot de verbeelding. Het was bedoeld als een romantisch element, gebouwd van gemetselde lavabrokken, misbaksels van steenfabrieken en cementrustiek. Het lag verstopt op een ineens verrassende open plek op het eilandje in de slingervijver. Oorspronkelijk was het bouwwerk 6 á 7 meter hoog, maar door vandalisme in de jaren ’80 is het vervallen tot een ruïne. Wat moet je daar nu mee aan? Die vraag is aanleiding tot veel discussie: Sommigen willen volledige herbouw, maar waar vind je nog de benodigde unieke streekeigen materialen, zoals de klompen afval van de IJsselsteenfabrieken? Een getrouwe replica lijkt er niet in te zitten. Het plan is nu: voorlopig etaleren wat er nog is en dit veilig stellen door betreding en wortelingroei van planten tegen te gaan. In de toekomst zal verder onderzoek van dit soort objecten met cementrustiek ervoor moeten zorgen dat we tot goede plannen voor conservering en instandhouding komen.

Auteur: Gerrit Reijm (gerrit@reijmhoveniers.nl) is secretaris van de Vereniging van Erfgoedhoveniers en heeft een eigen hoveniersbedrijf met groen erfgoed als specialisme. Overgenomen met toestemming van de auteur.